Hippe tijgers met winnaarsmentaliteit

(Sas’ Own Little World) Ik heb het bijeen moeten schrapen. Die zin om op deze zondag op tijd op te staan en de sprong in een grote poel van vacatures te wagen. De motivatie om überhaupt nog een brief te schrijven, lijkt de laatste tijd volledig weggevaagd. Met een werkloosheidspercentage van ruim 8%, een onhandige talenstudie en niet de meest ideale werkervaring, verlies je het al gauw van de concurrentie. Zeker als zo iemand net een beetje meer ervaring heeft of wel die juiste opleiding heeft gedaan. Helaas liet mijn glazen bol niet zien dat later de crisis toe zou slaan. Anders had ik hier en daar misschien wel twee keer nagedacht voor ik een bepaalde keuze maakte.

Toch is het verlangen naar een zinvolle dagbesteding immens groot. Dat geldt ook voor het verlangen naar ritme, sociale interactie en het niet bij alles na hoeven denken of je het je financieel wel kan permitteren. De enige manier om dat voor elkaar te krijgen is toch de strijd met die twee- à driehonderd concurrenten aan te gaan en gewoon braaf die vacatures te zoeken en wel die brieven te schrijven. Maar in sommige vacatures staan van die termen die een soort allergische reactie bij me oproepen.

Hip is er daar bijvoorbeeld één van. Een hip bedrijf of een hippe collega. Ten eerste kan ik me de laatste keer dat ik iemand het woord hip heb horen gebruiken niet meer herinneren. Ten tweede voel ik me gelijk niet thuis bij zo’n bedrijf. Ik ben namelijk niet hip. Ik ben van het: “doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg”-principe. De enige gekke uitspatting waar ik wel eens last van heb is dat ik af en toe als een malloot sta te springen wanneer de Ramones onverwachts in een kroeg gedraaid worden. Maar ik hou niet van modeverschijnsels, wil geen kleren die ‘in’ zijn, hoef niet het nieuwste van het nieuwste en ik ben ook zeker niet hip.

Nog zo’n woord waar ik spontane wegklikneigingen van krijg is winnaarsmentaliteit. Je raadt het al. Daar beschik ik ook niet over. Natuurlijk kan ik tijdens een spelletje wel fanatiek worden als de rest dat ook is, maar ik vind het net zo leuk om voor spek en bonen mee te doen. Dat winnen hoeft van mij niet zo. Als ik dat al wil, is dat om mijn tegenstander te plagen. Niet omdat ik per se wil winnen. Daarnaast zijn bedrijven die het woord winnaarsmentaliteit in de mond nemen vaak commercieel. Deze winnaarsmentaliteit staat daarom voor mij gelijk aan het mensen geld aftroggelen, mensen iets verkopen dat ze misschien helemaal niet nodig hebben en waar ze misschien eigenlijk geen geld voor hebben. Ik ben van het willen helpen. Niet van het winnen.

Dan hoef ik waarschijnlijk ook niet meer uit te leggen wat ik denk bij woorden als commerciële toppers of beltijgers. Wat moet je dan doen? Grommen aan de telefoon? Mensen het gevoel geven dat ze levend verslonden worden als ze je aanbod niet accepteren? Tijgers moet je lekker in Azië laten lopen. Niet op de Nederlandse belvloer.

Bron: Sas’ Own Little World

Translate »