De 42 Wetten van Ma’at: Een gids voor oude Egyptische wijsheid
(Global Heart) De 42 Wetten van Ma’at mogen dan ontstaan zijn in het oude Egypte, hun wijsheid en relevantie reiken veel verder dan de grenzen van tijd en cultuur. In een wereld vol onrust en verdeeldheid kan het omarmen van deze idealen leiden tot diepgaande persoonlijke groei en maatschappelijke transformatie. Door waarheid, gerechtigheid en mededogen te eren, kunnen we een harmonieuzere en rechtvaardigere wereld creëren.
De wetten van Ma’at
Ma’at, het oude Egyptische concept van waarheid, rechtvaardigheid en harmonie, staat al duizenden jaren centraal in de cultuur en religie van de Nijlbeschaving. De kern van Ma’at is het geloof dat leven in overeenstemming met een aantal morele en ethische principes leidt tot een evenwichtig en bevredigend leven. Deze principes, bekend als de 42 Wetten van Ma’at, dienen als een tijdloze gids.
Egyptisch dodenboek
De oude Egyptenaren schreven dodenboeken voor hun overledenen om hen te helpen succesvol hun weg te vinden door de onderwereld. Zodat ze zich konden verenigen met de God van de doden, Osiris.
De Boeken van de doden waren geen boeken zoals we ze vandaag de dag kennen. Veel van wat we nu het Egyptische dodenboek noemen, zijn hiërogliefen. Ze zijn te vinden op grafvoorwerpen zoals doodskisten, beeldjes, papyrusrollen en mummie verpakkingen en bevatten specifieke instructies aan de overledene over hoe ze het hiernamaals moeten doorkruisen.
De 42 Wetten van Ma’at omvatten het 125e hoofdstuk van het Egyptische dodenboek, geschreven voor de geliefde schrijver van de koning, Ani.

Wie was Ma’at?
Ma’at – Godin van waarheid, harmonie, evenwicht, orde en rechtvaardigheid
Ma’at of Maät is een van de belangrijkste godinnen uit het oude Egypte. De eerste overleveringen van deze godin dateren uit het Oude Rijk waar zij wordt genoemd in de Piramideteksten van Oenas.
In de Egyptische scheppingsmythe werd Ma’at vaak beschouwd als het kind van de zonnegod Ra. Er wordt gezegd dat ze werd geschapen toen hij uit de wateren van chaos opstond om de wereld te creëren. Zij was de personificatie van waarheid, orde en harmonie. Ma’at werd vaak afgebeeld als een vrouw met een struisvogelveer, die zij meestal in een haarband op het hoofd draagt en soms in de hand, als symbool voor het evenwicht en de rechtvaardigheid die zij vertegenwoordigde.
Hoe dit geloof vorm gaf aan de spiritualiteit en moraliteit van de Egyptenaren
Omdat Ma’at orde in de chaos bracht, betekende ze voor de Egyptenaren veel meer dan een godin. Ze vertegenwoordigde harmonie en evenwicht, een belangrijk concept in de Egyptische samenleving.
De naam Maät is afgeleid van het werkwoord ‘ma’ dat sturing of richting geven betekent. Het betekent ook “offeren” of “aanbieden”. En verwijst naar “wat recht is”. Niets voor niets is een “maat’ ook een werktuig waarmee handwerklui van allerlei soorten hun werk in goede banen laten verlopen.
Zelfs de piramides zijn een bewijs van hun eerbied voor evenwicht, symmetrie en orde, waarvan wordt gezegd dat ze gebouwd zijn volgens de wetten van de heilige geometrie.
De rol van de koning was het hooghouden van Ma’at, omdat men zonder Ma’at zou vervallen in egoïsme en hebzucht. Een beschaving zonder orde zal afglijden naar duisternis en chaos.

Kosmisch bewustzijn en het oude Egypte
In de oude beschaving van Egypte stond het concept van Ma’at dus in hoog aanzien. De Egyptenaren geloofden dat een leven in overeenstemming met de principes van Ma’at zou leiden tot een harmonieus en bevredigend leven.
De Egyptenaren geloofden sterk dat ieder individu verantwoordelijk was voor zijn of haar eigen leven en dat het leven geleefd moest worden met andere mensen en de aarde in gedachten. Zoals de goden zorg droegen voor de mensheid, zo zouden mensen zorg moeten dragen voor elkaar en voor de aarde die hen was gegeven.
Ze begrepen de onderlinge verbondenheid van alle wezens en de harmonie die nodig was om orde in het universum te handhaven. Door hun handelingen af te stemmen op de principes van Ma’at geloofden ze dat ze konden bijdragen aan de grotere harmonie van de kosmos.
De associatie van Ma’at met het hiernamaals speelde ook een belangrijke rol in het geloof van de oude Egyptenaren.
Egyptisch Dodenboek – Het wegen van het hart tegen de veer van Ma’at
De oude Egyptenaren hadden een diepe relatie met het hiernamaals. Een van de meest intrigerende concepten was de rol van Ma’at in het beoordelen van de overledenen.
Een van de meest bekende aspecten van het Egyptische geloof in het hiernamaals was de Weegschaal van het Oordeel. Volgens de mythologie geloofden de oude Egyptenaren dat na hun dood hun hart zou worden gewogen op een weegschaal. De God Anubis, die de heerser van het dodenrijk en zoon van de God Osiris is, zou het hart van de overledene wegen tegen de veer van Ma’at, die de waarheid symboliseerde.
De Weegschaal van het oordeel
Als het hart van de overledene lichter was dan de veer, betekende dit dat de persoon een goed en eerlijk leven had geleid volgens de principes van Ma’at. In dat geval mocht de ziel van de overledene doorreizen naar de Velden van Iahru, het paradijselijke rijk waar zij voor eeuwig in vrede zouden leven.
Echter, als het hart van de overledene zwaarder was dan de veer, betekende dit dat de persoon zondig was geweest en niet in overeenstemming had geleefd met de principes van Ma’at. In dat geval zou de god Ammit tevoorschijn komen, een beest met het lichaam van een nijlpaard, de kop van een krokodil en de poten van een leeuw. Ammit zou de ziel van de overledene verslinden, waardoor zij voor eeuwig zouden dwalen in het dodenrijk zonder rust of vrede.

Een leidraad voor een deugdzaam leven
Het geloof in Ma’at en de Weegschaal van het Oordeel gaf de oude Egyptenaren richting en doel in hun leven. Het diende als een leidraad voor hun gedrag en beslissingen, en benadrukte het belang van moraliteit en integriteit. Het idee dat hun daden en keuzes in het leven zouden worden gewogen en beoordeeld na de dood, gaf de Egyptenaren een diep gevoel van verantwoordelijkheid en spirituele betekenis.
Als leidraad voor hun gedrag legden de Egyptenaren de 42 Wetten van Ma’at vast, een reeks goddelijke wetten die verschillende aspecten van het menselijk gedrag omvatten.
De 42 Wetten van Ma’at
De 42 Wetten van Ma’at werden in hiërogliefen opgeschreven op de Papyrus van Ani, een rol die in 1888 in Luxor, Egypte, werd ontdekt. Deze wetten boden een kader voor ethisch gedrag en waren bedoeld om individuen te leiden in hun interacties met anderen, de natuurlijke wereld en het goddelijke.
De 42 wetten van Ma’at worden soms ‘de negatieve bekentenissen’ of ‘de onschuldverklaring ‘ genoemd. Deze wetten zijn:
- Ik heb geen zonde begaan.
- Ik heb geen overval met geweld gepleegd.
- Ik heb niet gestolen.
- Ik heb geen mannen of vrouwen gedood.
- Ik heb geen voedsel gestolen.
- Ik heb geen offergaven gestolen.
- Ik heb de eigendommen van de goden niet gestolen
- Ik heb geen leugens geuit.
- Ik heb geen eten meegenomen.
- Ik heb geen vloeken uitgesproken.
- Ik heb mijn oren niet gesloten voor de waarheid.
- Ik heb geen overspel gepleegd.
- Ik heb niemand aan het huilen gemaakt.
- Ik heb niet nutteloos negatieve emoties gevoeld.
- Ik heb niemand aangevallen.
- Ik ben geen bedrieger
- Ik heb geen land gestolen.
- Ik ben heb niemand afgeluisterd.
- Ik heb niemand vals beschuldigd.
- Ik ben niet zonder reden boos geweest.
- Ik heb niemands vrouw verleid.
- Ik heb mezelf niet verontreinigd.
- Ik heb niemand geterroriseerd.
- Ik ben de Wet niet ongehoorzaam geweest.
- Ik ben niet uitsluitend boos geweest.
- Ik heb niemand vervloekt, belachelijk gemaakt of gelasterd.
- Ik heb mij niet met geweld gehandeld.
- Ik ben geen aanjager van strijd (of een verstoorder van de vrede).
- Ik heb niet overhaast of gedachteloos gehandeld, of geoordeeld.
- Ik heb mijn grenzen van bezorgdheid niet overschreden.
- Ik heb mijn woorden niet overdreven tijdens het spreken.
- Ik heb niemand kwaad of onrecht aangedaan.
- Ik heb geen slechte gedachten, woorden of daden gebruikt.
- Ik heb het water niet vervuild.
- Ik heb mijn stem nooit verheven.
- Ik heb niemand vervloekt in gedachten, woorden of daden.
- Ik heb mezelf niet op een voetstuk geplaatst.
- Ik heb niet gestolen wat God/Godin toebehoort.
- Ik heb niet van de overledene gestolen en ben ook niet oneerbiedig geweest.
- Ik heb geen eten van een kind afgenomen.
- Ik heb niet onbeschaamd gehandeld.
- Ik heb geen eigendommen van God/Godin vernietigd.

De idealen van Ma’at
Naast de wetten identificeerden de Egyptenaren 42 idealen die de leer van Ma’at samenvatten. Ze zijn geschreven om het licht te vergroten en de duisternis verbannen.
Deze idealen gaan verder in op de gewenste deugden en gedragingen voor een rechtvaardig en evenwichtig leven. De focus ligt meer op het verhogen van de vibratie van het collectief op een manier die vandaag de dag resoneert.
De idealen zijn:
- Ik honoreer deugd.
- Ik ben dankbaar.
- Ik ben vreedzaam.
- Ik respecteer de eigendommen van anderen.
- Ik bevestig dat al het leven heilig is.
- Ik geef offers die oprecht zijn.
- Ik leef in waarheid.
- Ik toon respect voor alle altaren.
- Ik spreek met eerlijkheid en oprechtheid.
- Ik consumeer alleen mijn eerlijke deel.
- Ik bied woorden van goede bedoelingen aan.
- Ik relateer met vrede.
- Ik behandel dieren met eerbied.
- Ik kan worden vertrouwd.
- Ik geef om de aarde.
- Ik volg het advies (dat ik geef). – I keep my own council.
- Ik spreek positief over anderen.
- Ik blijf in balans met mijn emoties.
- Ik ben betrouwbaar in mijn relaties.
- Ik heb zuiverheid hoog in het vaandel staan.
- Ik verspreid vreugde.
- Ik doe mijn best.
- Ik communiceer met compassie en begrip.
- Ik luister naar tegengestelde meningen.
- Ik creëer harmonie.
- Ik laat mensen lachen – I invoke laughter
- Ik sta open voor liefde in verschillende vormen.
- Ik ben vergevingsgezind.
- ik ben vriendelijk.
- Ik handel respectvol.
- Ik accepteer.
- Ik volg mijn innerlijke leiding.
- Ik praat met bewustzijn.
- Ik doe goed.
- Ik geef zegeningen.
- Ik houd het water zuiver.
- Ik spreek met goede intenties.
- Ik prijs de Godin en de God.
- Ik ben bescheiden.
- Ik bereik dingen met integriteit.
- Ik ga vooruit door mijn eigen capaciteiten.
- Ik omhels het Al.
Wat zijn de 7 principes van Ma’at?
De 7 principes van Ma’at zijn:
- Waarheid
- Gerechtigheid
- Harmonie
- Evenwicht
- Orde
- Wederkerigheid
- Fatsoenlijkheid
De wijsheid van Ma’at vandaag
Hoewel deze wetten duizenden jaren geleden werden gecreëerd, blijft hun wijsheid relevant in de wereld van vandaag. Door de principes van Ma’at in ons dagelijks leven op te nemen, kunnen we een gevoel van harmonie en balans cultiveren. Hier zijn enkele manieren waarop we de leer van Ma’at kunnen belichamen:
- Beoefen vriendelijkheid en mededogen jegens anderen en bevorder harmonieuze relaties.
- Streef naar eerlijkheid en integriteit in alle aspecten van het leven.
- Koester geduld en begrip, en erken de onderlinge verbondenheid van alle wezens.
- Geef gul aan anderen en koester een gevoel van overvloed en dankbaarheid.
- Omarm nederigheid en vermijd arrogantie, in het besef dat niemand boven de principes van Ma’at staat.
Bron: Global Heart
Je zou ook interesse kunnen hebben in:
De zeven heilige klinkers en hun correspondentie met de planeten


