BewustzijnSpiritualiteitZelfontwikkeling

De paradox van ‘ik’: Wat bedoelde de Boeddha met niet-zelf?

(Global Heart) Filosofen over de hele wereld breken zich al eeuwenlang het hoofd over de vraag: wie ben ik? In het boeddhisme kom je dan al snel terecht bij de leer van anatta (of anatman). Dit wordt vaak vertaald als ‘niet-zelf’, maar dat roept meestal meer vragen op dan het beantwoordt. Want als er geen ‘ik’ is, wie leest dit artikel dan op dit moment?

Wat is het ‘zelf’ volgens Boeddhisme

Volgens de boeddhistische leer is het idee dat we een permanente, onveranderlijke kern of ziel hebben — een soort onafhankelijk bestuurder in ons lichaam — een illusie. De Boeddha zag dat we onszelf vaak definiëren door zaken die constant veranderen, zoals onze gedachten, ons lichaam of onze emoties.

Het vasthouden aan dat vaste beeld van ‘mij’ en ‘mijn’ zorgt voor een hoop gedoe. We raken gehecht aan status, worden jaloers of zijn bang om dingen te verliezen. In die zin is anatta niet zomaar een filosofisch concept, maar een praktische methode om minder te lijden.

Waarom de Boeddha geen direct antwoord gaf

Het grappige is dat de Boeddha zijn leerlingen vaak ontmoedigde om te veel te speculeren over het zelf. In oude teksten, zoals de Sabbasava Sutta, waarschuwt hij dat vragen als “besta ik?” of “besta ik niet?” je alleen maar verder in de knoop helpen.

Als je zegt “ik heb geen zelf”, ga je er namelijk nog steeds vanuit dat er een ‘ik’ is dat niets heeft. Het is een intellectuele doodlopende weg. Veel leraren uit de Theravada-traditie, zoals de monnik Thanissaro Bhikkhu, zeggen dan ook dat anatta geen keihard dogma is, maar een strategie. Door het idee van een vast zelf los te laten, maak je de weg vrij voor een dieper soort geluk.

Leegte en de hond van Chao-chou

In de latere Mahayana-traditie werd dit concept verder uitgewerkt tot sunyata, oftewel leegte. Dit betekent niet dat er ‘niets’ is, maar dat alles met elkaar verbonden is. Niets bestaat op zichzelf; alles ontstaat in relatie tot iets anders.

Hier komt ook het concept van de ‘Boeddha-natuur’ om de hoek kijken. Sommige mensen zien dit als een soort ‘ware zelf’ of een universele ziel, maar daar moet je voorzichtig mee zijn. De beroemde Zen-meester Dogen legde uit dat de Boeddha-natuur niet iets is wat we hebben, maar wat we zijn.

Een bekend verhaal (een koan) illustreert dit mooi:

Een monnik vroeg aan meester Chao-chou: “Heeft een hond Boeddha-natuur?” Chao-chou antwoordde simpelweg: “Mu!”

Hoewel Mu letterlijk ‘niet’ of ‘geen’ betekent, gaf Chao-chou geen feitelijk antwoord op de vraag. Hij probeerde niet te zeggen dat een hond minderwaardig is, maar hij wierp de vraag terug naar de monnik. Met “Mu!” smeet hij de deur dicht voor het verstand dat alles wil labelen, indelen en bezitten. Hij wilde hiermee duidelijk maken dat Boeddha-natuur geen ‘ding’ is dat je wel of niet kunt hebben; het is de aard van de werkelijkheid zelf, die voorbij gaat aan ja of nee.

Hiermee wilde hij het conceptuele denken over het zelf als een soort bezit volledig onderuithalen.

Jezelf vergeten om jezelf te vinden

Betekent dit dat je als persoon volledig verdwijnt als je dit begrijpt? Zeker niet. Je hoeft niet bang te zijn dat je morgen je naam vergeet of je sleutels niet meer kunt vinden.

Dogen vatte het prachtig samen: de weg van de Boeddha bestuderen is jezelf bestuderen. Jezelf bestuderen is jezelf vergeten. En jezelf vergeten is één worden met alles om je heen. Het verschil zit hem in de filter: je bekijkt de wereld niet langer alleen maar vanuit je eigen ego-belang, maar ziet de onderlinge verbondenheid van alles.

De drie kenmerken van het bestaan: anatta, anicca en dukka

Om deze filosofie echt te doorgronden, moeten we kijken naar hoe anatta samenwerkt met twee andere natuurwetten. In het boeddhisme vormen anatta (niet-zelf), anicca (vergankelijkheid) en dukkha (onbevredigendheid) namelijk een onafscheidelijk trio. Je kunt ze zien als drie verschillende lenzen die naar dezelfde werkelijkheid kijken.

Hier is hoe ze in elkaar grijpen:

1. Anicca: Alles stroomt

Alles begint bij de observatie dat niets hetzelfde blijft. Van de kleinste cellen in je lichaam tot de verste sterren in het heelal: alles is constant in beweging. Je gedachten van vijf minuten geleden zijn alweer weg, en je lichaam is niet meer exact hetzelfde als toen je vanochtend opstond.

2. Anatta: De logische consequentie

Als alles constant verandert (anicca), waar zou dat vaste ‘zelf’ dan moeten zitten? Als je een ui afpelt, laag voor laag, houd je uiteindelijk geen kern over. Zo is het volgens de Boeddha ook met ons: we zijn een proces van stromende ervaringen, gedachten en fysieke processen, maar er is geen onveranderlijke ‘eigenaar’ van die processen. Het ‘zelf’ is meer een werkwoord dan een zelfstandig naamwoord.

3. Dukkha: Waar het schuurt

Het probleem ontstaat wanneer we deze twee feiten negeren. We proberen krampachtig vast te houden aan dingen die veranderen (zoals onze jeugd, relaties of bezittingen) en we proberen een ‘ik’ te beschermen die eigenlijk nergens vast te grijpen is.

Dat schuren tussen hoe de wereld is (veranderlijk en zonder vaste kern) en hoe wij willen dat de wereld is (stabiel en om ons draaiend), dat is dukkha. Het wordt vaak vertaald als lijden, maar je kunt het beter zien als een ‘wiel dat niet lekker loopt’.

Mee bewegen met de stroom

Het mooie is dat als je diep inziet dat alles verandert (anicca) en dat er geen vast ‘ik’ is dat bedreigd kan worden (anatta), de verkramping (dukkha) vanzelf minder wordt. Je leert meebewegen met de stroom in plaats van ertegenin te zwemmen.

Een voorbeeld uit het dagelijks leven: Denk aan een rivier. De rivier lijkt een vast ding met een naam (bijvoorbeeld de IJssel). Maar het water in de rivier is elke seconde anders. Als je probeert de rivier in een emmer te vangen om hem te ‘bewaren’, heb je geen rivier meer, alleen maar stilstaand water. De rivier is de verandering.

Breng het in de praktijk: Oefening – De stroom observeren

Om deze abstracte begrippen tastbaar te maken, hoef je geen uren op een kussen te zitten. Je kunt deze kenmerken gewoon in je dagelijkse leven observeren met een eenvoudige oefening:

  1. Kies een zintuig: Ga even rustig zitten en focus je op wat je hoort. Niet de labels die je aan geluiden geeft (zoals “auto” of “vogel”), maar puur de rauwe klanken.
  2. Zie de vergankelijkheid (Anicca): Merk op hoe elk geluid uit het niets opkomt, even blijft en weer wegsterft. Geen enkel geluid is permanent. De stilte wordt doorbroken, en de stilte keert weer terug.
  3. Zoek de luisteraar (Anatta): Vraag je nu af: “Ben ik degene die het geluid maakt, of gebeurt het luisteren gewoon?” Merk op dat geluiden simpelweg verschijnen in je bewustzijn zonder dat je daar moeite voor hoeft te doen. Er is geen ‘controleur’ bij de oren die besluit welk geluid binnenkomt; er is alleen de ervaring van geluid.
  4. Ervaar de ontspanning (Dukkha-reductie): Merk op dat wanneer je stopt met proberen geluiden te controleren (door bijvoorbeeld een irritant geluid weg te willen duwen), de weerstand verdwijnt. Zodra je accepteert dat geluiden komen en gaan, wordt het ‘schuren’ minder.

De Vijf Skandha’s: Waar we onszelf mee verwarren

De Boeddha gaf een handig lijstje van vijf zaken die we vaak onterecht voor een ‘zelf’ aanzien. In de psychologie noemen we dit vaak identificatie. Dit zijn vijf bouwstenen van de illusie:

  • Lichaam: We denken dat we ons lichaam zijn, maar het verandert constant van baby naar volwassene.
  • Gevoelens: We zeggen “ik ben boos”, maar eigenlijk is er alleen een tijdelijke sensatie van boosheid die opkomt en weer gaat.
  • Waarneming: Hoe we de wereld zien op basis van herinneringen.
  • Mentale formaties: Onze gewoontes, impulsen en gedachten.
  • Bewustzijn: De pure aanwezigheid die alles opmerkt.

Door deze onderdelen los van elkaar te zien, ga je begrijpen dat er geen ‘kern’ is die al deze vijf aanstuurt. Het is een samenwerkingsverband van processen. Dit geeft een enorme vrijheid. Je bent minder kwetsbaar voor kritiek, omdat die kritiek een ‘zelf’ probeert te raken dat er niet op die manier is.

Wat brengt dit je in de praktijk?

Als er geen vaststaand ‘ik’ is, hoef je ook niet de hele dag een bepaald imago hoog te houden. Je bent minder kwetsbaar voor kritiek, omdat die kritiek een ‘zelf’ probeert te raken dat er eigenlijk niet op die manier is.

Je wordt meer een waarnemer van je eigen leven in plaats van een gestreste regisseur die alles onder controle probeert te houden.

Oost versus West: Een andere blik op psychologie

In de westerse psychologie en filosofie zijn we gewend om het ‘zelf’ als het absolute startpunt te nemen. Denk aan de beroemde uitspraak van René Descartes: “Ik denk, dus ik ben.” In het Westen bouwen we een sterk zelfbeeld op om gezond te functioneren, terwijl het boeddhisme juist zegt dat we daar uiteindelijk weer doorheen moeten kijken.

Hieronder zie je de belangrijkste verschillen tussen deze twee werelden:

1. Het zelf als doel of als middel

In de westerse psychologie streven we vaak naar een sterk ego. Je moet weten wie je bent, wat je talenten zijn en een stabiel zelfbeeld opbouwen. Dit is heel belangrijk voor je zelfvertrouwen en om je grenzen aan te geven.

Het boeddhisme spreekt dit niet direct tegen, maar ziet het als een tussenstap. Je hebt een gezond ‘werk-zelf’ nodig om door het leven te navigeren, maar het doel is om te beseffen dat dit zelf slechts een handig verhaal is. In het boeddhisme is het zelf een gereedschap, in het Westen is het vaak de bestemming.

2. De bron van geluk

In het Westen zoeken we geluk vaak door het zelf te verbeteren of te bevestigen: een betere baan, een mooier uiterlijk, of meer zelfkennis. We poetsen het ‘ik’ op in de hoop dat we ons dan eindelijk goed voelen.

Het boeddhisme zegt: je kunt blijven poetsen, maar dat ‘ik’ is als een luchtspiegeling. Echte rust ontstaat niet door het zelf te verbeteren, maar door de identificatie ermee los te laten. Als je jezelf minder serieus neemt, kan de wereld je ook minder makkelijk raken.

De link met de moderne wetenschap

Interessant genoeg begint de moderne neurowetenschap de Boeddha hierin gelijk te geven. Hersenscans laten zien dat er in ons brein geen centrale ‘commandopost’ is waar een ‘ik’ de beslissingen neemt. In plaats daarvan zijn er verschillende netwerken (zoals het Default Mode Network) die constant verhalen over onszelf produceren.

Je brein is eigenlijk een soort verhalenmachine. Het creëert de illusie van een vaste persoonlijkheid om de enorme stroom aan informatie te ordenen. Net zoals een film op een scherm uit losse beelden bestaat die heel snel achter elkaar worden afgespeeld, zo bestaat ons ‘zelf’ uit losse gedachten en prikkels die een vloeiend verhaal lijken te vormen.

De paradox: Wie ben je dan wel?

Als je de westerse psychologie combineert met de boeddhistische leer, kom je uit bij een bevrijdend inzicht:

Je bent niet de gedachte, maar de ruimte waarin de gedachte verschijnt. Je bent niet de emotie, maar de getuige ervan.

Dit wordt in de Mahayana-traditie vaak vergeleken met de oceaan en de golven. Een golf kan denken dat hij losstaat van de rest (het ego), maar zodra hij inziet dat hij water is, verdwijnt de angst om ‘stuk’ te slaan op het strand. De vorm verandert, maar de essentie (het water) blijft.

Het mooie van de leer over het ‘niet-zelf’ is dat het heel praktisch wordt op de momenten dat het leven even tegenzit. Zodra je de kramp van “mij” en “mijn” loslaat, ontstaat er direct ruimte en lucht.

Toepassing in het dagelijks leven

Hier zijn drie scenario’s waarin je de anatta-bril kunt opzetten:

1. Stress op het werk of tijdens een studie

Wanneer je overspoeld wordt door een enorme to-do-lijst, voelt het vaak alsof jij aan het verdrinken bent. De stress wordt persoonlijk: “Ik kan dit niet” of “Ik schiet tekort.”

  • De ‘niet-zelf’-aanpak: Kijk naar de situatie als een verzameling processen. Er is een proces van ‘informatie die binnenkomt’, een proces van ‘een lichaam dat spanning voelt’ en een proces van ‘gedachten die zich zorgen maken’.
  • Het resultaat: In plaats van “Ik ben gestrest,” observeer je: “Er is stress aanwezig.” Dit kleine verschil in taal zorgt ervoor dat de stress niet langer jouw hele identiteit is, maar slechts een tijdelijk weersverschijnsel in je bewustzijn.

2. Een verhit meningsverschil of ruzie

Bij een ruzie schiet ons ego direct in de verdediging. We voelen ons persoonlijk aangevallen en moeten ons gelijk halen om ons ‘zelf’ te beschermen.

  • De ‘niet-zelf’ aanpak: Probeer te zien dat de woorden van de ander geen ‘jou’ kunnen raken, omdat die vaste kern er niet is. De woorden raken alleen een idee dat jij van jezelf hebt. Vraag je af: “Wat wordt hier precies aangevallen?” Vaak is het een kwetsbaar zelfbeeld.
  • Het resultaat: Als je inziet dat het maar een concept is dat verdedigd wordt, verliest de ruzie zijn lading. Je kunt luisteren zonder direct in de tegenaanval te gaan, omdat je ‘ik’ niet op het spel staat.

3. Fysieke pijn of ongemak

Als we pijn hebben, verzetten we ons daar vaak heftig tegen. We maken van de pijn “mijn pijn” en vragen ons af: “Waarom overkomt mij dit?”

  • De ‘niet-zelf’ aanpak: Probeer de pijn te observeren als puur een fysieke sensatie (warmte, tinteling, druk) zonder het label “mijn”. Kijk hoe de pijn komt en gaat, net als de geluiden in de eerdere oefening.
  • Het resultaat: Veel van het lijden bij pijn komt door het mentale verzet ertegen. Door de identificatie (“Ik heb pijn”) los te laten, blijft alleen de rauwe sensatie over. Dat is vaak veel draaglijker dan de emotionele laag die we er zelf overheen leggen.

Een kleine samenvatting

Eigenlijk is de leer van het niet-zelf een uitnodiging om wat lichter door het leven te gaan. Je hoeft niet langer de regisseur, de hoofdrolspeler én de criticus van je eigen film te zijn. Je mag ook gewoon in de zaal gaan zitten en kijken naar de voorstelling.

Het ‘zelf’ is een prachtige assistent om de weg naar de supermarkt te vinden of je belastingen te betalen, maar het is een verschrikkelijke baas als het gaat om je innerlijke rust. Door de ‘ik-machine’ af en toe uit te zetten, ontdek je een ruimte die veel groter en vrediger is dan je ooit voor mogelijk hield.

***

Verdiep je verder in de wijsheid van ‘niet-zelf’

Wil je na het lezen van dit artikel dieper in de materie duiken? Deze boeken zijn essentieel voor iedereen die de boeddhistische psychologie en de aard van het ‘zelf’ beter wil begrijpen:

  • Ik ben zijn – Shri Nisargadatta Maharaj –  een absolute klassieker op het gebied van zelfonderzoek. Maharaj daagt je uit om alles wat je denkt te zijn — je lichaam, je gedachten, je emoties — los te laten, totdat alleen de pure aanwezigheid overblijft. Het sluit perfect aan bij de zoektocht naar wat er overblijft als we het ‘ego’ doorzien. 
  • Wat de Boeddha onderwees – Walpola Rahula Dit is wereldwijd een van de meest gelezen boeken over de basis van het boeddhisme. Rahula legt haarscherp uit waarom het geloof in een vast ‘zelf’ de bron is van onze dagelijkse onrust en hoe je dit proces kunt doorzien.
  • The Middle Way – Nagarjuna Voor de lezer die van filosofie houdt: dit werk van de grote wijze Nagarjuna vormt de basis van de Mahayana-traditie. Het verkent het concept sunyata (leegte) en hoe alles met elkaar verbonden is.
  • The Middle Way: Faith Without Dogma – Dalai Lama Een zeer toegankelijk boek waarin de Dalai Lama uitlegt hoe de middenweg tussen bestaan en niet-bestaan ons kan helpen om milder en wijzer in het leven te staan.

Bron: Global Heart


Je kunt ook interesse hebben in:

De reis van de ziel: Hoe drie soorten karma je koers bepalen

Dzogchen: Het pad van de grote volmaaktheid

Translate »