Reisverhaal: Het Huis van de Zonnekolibrie (Venezuela)

(Global Heart | Erik Haasnoot) Het Huis van de Zonnekolibrie, een rondreis door Venezuela.

Een rondreis door Venezuela

Een taxi rijdt ons binnen een half uur van het centrum van Mérida bergopwaarts naar het pijnbomenbos buiten de stad. We stappen uit de auto en ik adem de frisse lucht diep in. Eindelijk ben ik van de benzinedampen verlost! Die stank achtervolgt me al dagen lang tijdens mijn rondreis door Venezuela, een land waar het vervangen van de brandstoffilters wel tot de laatste prioriteit behoort.

We bevinden ons op 2.400 meter hoogte in de Sierra de La Culata, een bergketen dat deel uitmaakt van de Andes, in een atmosfeer dat nevelwoud wordt genoemd, waar warme lucht uit lager gelegen gebieden bij het stijgen condenseert op een hoogte van 1.500 tot 3.000 meter en er een nevel vormt. Desalniettemin laten de kruinen van de eeuwenoude pijnbomen nu de zonnestralen doorschemeren. Het ruikt hier naar natte aarde, naar paddestoelen, naar mos. De bomen zijn hemelhoog, op sommige stammen groeien bromelias. We wandelen op ons gemak door het bos tot we uitkomen op een pad dat leidt naar een vallei met uitzicht op de Sierra Nevada de Mérida in volle glorie.

Esteban is mijn gids vandaag. Hij vertelt me dat de top aan de linkerkant de Pico Humboldt is, met een hoogte van 4.940 meter, en rechts de Pico Bolívar die, met 4.979 meter, het hoogste punt van Venezuela is. Een aantal maanden geleden had Esteban die berg nog bedwongen. Terwijl we van het uitzicht genieten, eten we wat bramen van de struiken die in de berm groeien. Opeens horen we een iemand schreeuwen: die bramen zijn van mij’. Het is de stem van een vrouw die, vanaf het balkon van haar huis, ons tot de orde roept.

Het Huis van de Zonnekolibrie

Halverwege stopt er een auto. Michele Ataroff en Pascual Soriano begroeten ons. Zij zullen onze gastvrouw en gastheer zijn. Ze verontschuldigen zich voor de vertraging en vragen ons enkele minuten geduld om zich klaar te maken voor het bezoek. Wij lopen langzaam verder tot we uitkomen op een buitenhuis. We gaan door een traliehek en lopen een trap op tussen met varens bedekte stenen muren. We zijn aangekomen bij het Huis van de Zonnekolibrie.

Pascual en Michele heten ons welkom in hun bloementuin die door de jaren een lustoord voor kolibries is geworden. We zullen de gelegenheid krijgen om enkele van de vijftien soorten die hier voorkomen te observeren, te fotograferen en zelfs te voeden. Met een beetje geluk kunnen we acht soorten zien en als we het niet zo treffen, zullen het er maar vijf of zes zijn,’ zegt Pascual.

Het huis draagt de naam van een kolibriesoort, de Heliangelus spencei, die alleen voorkomt in de nevelwouden van La Culata en van de Sierra Nevada, en dan slechts op de hellingen die uitkomen op de Chamarivier. Wetenschappelijke namen bestaan altijd uit twee woorden: een geslachtsnaam met daaropvolgend een soortaanduiding’ legt Pascual uit. ‘De vertaling van helios is zon en angelus is engel, de geslachtsnaam betekent letterlijk zonne-engel. De Heliangelus spencei is dus de méridazonnekolibrie. We hebben ze alleen maar in Mérida, in een uitermate beperkte verspreiding en we hebben het geluk dat we ze in onze tuin kunnen waarnemen, in min of meer groten getale. Ze hebben zelfs een nest gebouwd in de galerij van het huis. En omdat hij zich hier thuis voelt, hebben wij zijn naam aan het huis gegeven.

Michele en Pascual

Michele en Pascual

Zo’n 40 geleden, toen Michele en Pascual begonnen met hun werk als docent aan Universidad de Los Andes, lieten ze hun woning bouwen met prefab elementen. Het is geen typisch gebouw voor deze regio, maar het ziet er gezellig uit met een breed venster en uitzicht over de Sierra Nevada op de benedenverdieping, en een zadeldak over de bovenverdieping en de vliering met balkon. Het lijkt me de ideale plek om een boek te schrijven.

De tuin bestaat uit planten die ook in het Meridaans nevelwoud voorkomen, ik zie orchideeën, bromelias, varens en begonia’s. Een fuchsia, met bloemen in de vorm van oorbellen, groeit tussen de grote bladeren van een Heliconia. Er staat zelfs een Dicksoniaceae, een boomvaren van een paar meter hoog.

Op de Instagrampagina (casa_del_angel_del_sol) van Michele, een bioloog die gespecialiseerd is in de tropische ecologie en Pascual, een bioloog met als specialisatie de dierenecologie, lees ik het volgende: Tussen kolibries en vele soorten planten bestaat er een niet beschreven afspraak, waar de bloemen de kolibries van voeding voorzien in ruil voor bestuivingsdiensten. Bij deze afspraak zijn veel varianten betrokken, die onderwerp zijn voor verder onderzoek door evolutie ecologen die de details van deze wederzijdse afhankelijkheid ontrafelen.

Pascual begeleid ons naar een verhoogd terras tussen de bomen van de jungle die zijn tuin begrenst. Tientallen kolibries vliegen rond de drinkbakken die aan ijzeren structuren hangen.

Een passie voor kolibries

Hoe ontstond deze passie? Wil ik weten. Eigenlijk heb ik mijn hele academische carrière aan de vleermuizen besteed, antwoordt Pascual. Venezuela is qua zoogdieren een megadivers land. We hebben hier rond 400 soorten zoogdieren en bijna 200 daarvan zijn vleermuizen. Ik heb jarenlang aan de donkere kant doorgebracht en nu zie ik weer het licht. Een jaar of vijftien geleden zijn we begonnen met het voeden van deze vogels. Het begon eigenlijk als een afleiding, iets secundairs. In het begin kwamen er maar weinig kolibries. Laten we zeggen dat het probleem met deze dieren is dat ze de nectar van bloemen nodig hebben om hun hoge metabolisme te kunnen handhaven. Hoewel ze zich voornamelijk voeden met insecten, is de nectar de bron die hen de energie geeft om dit metabolisme te behouden. Aangezien de nectar een beperkte bron in het milieu is, limiteert dit de populaties van deze kolibries en dat wordt draagkracht genoemd. Om de bevolking te laten toenemen, hebben we nectar in de vorm van suikerwater aangeboden en hierdoor konden de populaties groeien. Dankzij deze extra suikerbijdrage hebben we de laadcapaciteit van deze plek vergroot.

Michele komt aanzetten met een dienblad met koffie, cake en zelfgemaakte koekjes. Terwijl we van het lekkers genieten vertelt ze: In bloemen kan de hoeveelheid suiker variëren van 15 tot 30 procent. Wij maken ons mengsel aan met 20 procent suiker, een tussenwaarde die makkelijk te bereiden is: een deel witte geraffineerde suiker en vier delen water. Hoe zuiverder de suiker des te beter het is, een andere suiker kunnen ze niet verwerken dat doet ze geen goed.

Ik kijk over de reling van het terras om beter te zien hoe kolibries met een razende snelheid aan komen vliegen en weer vertrekken. Ze stoppen maar even om van het suikerwater te drinken. Ik herken een aantal soorten die Pascual ons een paar minuten eerder liet zien in een map met prachtige foto’s van zijn hand. Ik zie verschillende exemplaren van de bronzen inkakolibrie samen met een gekraagde inkakolibrie. Een groene violetoorkolibrie scheert langs en stopt niet om te drinken. Op deze plek zijn de dieren gewend aan de drinkbakken en aan onze aanwezigheid, en dat helpt, zegt Michele, terwijl zij een bloemvormig drinkbakje in mijn vuist stopt. Hou het zo vast, zonder je te bewegen en wacht rustig af. Even later strijkt er een kolibrie neer om uit mijn hand te drinken. Hij is donkergroen met een zwart hoofd en een wit vlekje achter het oog, verder heeft hij een paarse keel en een witte halve maan over zijn borst. De vogel vliegt razendsnel rond mijn hoofd en drinkt dan weer uit mijn hand. Het is de méridazonnekolibrie, mijn dag kan niet meer stuk.

kolibries

Een economische en sociale crisis in Venezuela

Met de economische en sociale crisis in Venezuela kost nu het in stand houden van het project van het huis van de zonnekolibrie veel meer dan Pascual en Michele met hun salarissen kunnen opbrengen en daarom besloten ze een jaar geleden de deuren van hun huis en tuin te openen, om tegen een kleine betaling het publiek van deze omgeving te laten genieten.

We laten de kolibries wel werken voor hun brood,’ zegt Michele hierover. Dat was het oorspronkelijke doel. Als ze daarmee ook het voer voor de waakhonden en iets van ons eten kunnen betalen dan is dat mooi meegenomen.’

Deze plek heeft een natuurlijke laadcapaciteit en dat is wat de jungle te bieden heeft,’ voegt Pascual er aan toe. De beperkende factor van de kolibriepopulaties is de nectar. En wij bieden het verschil aan. Als je deze bijdrage weglaat, gaan de populaties weer naar hun oorspronkelijke niveau terug. Deze populaties groeien door geboortes of migratie en ze nemen af door te sterven of door emigratie.

Wij trachten de suiker groot in te kopen, om er zeker van te zijn dat we niet te kort komen,’ zegt Michele tenslotte. Zonder suiker gaan ze dood. Dat mag nooit ontbreken. Het is een kwestie van leven of dood.’

***

Mérida, Venezuela, september 2019

***

About

Erik HaasnootErik Haasnoot (Katwijk aan Zee, 1968) heeft International Business and Languages gestudeerd. Hij heeft in Nederland, Duitsland, Egypte en België gewoond en woont sinds 1996 in Spanje waar hij een master in Cultuur en Communicatie aan de Universidad de Barcelona behaald heeft. Hij schrijft reisverhalen en is documentairemaker. In 2008 maakte hij de film Bolaño cercano over de Chileense schrijver Roberto Bolaño en in 2013 een documentaire over de auteur Cees Nooteboom, Desvío Nooteboom, gepubliceerd bij uitgeverij Candaya (www.candaya.com) met het boek Universo Nooteboom dat hij met Astrid Roig heeft samengesteld.


Je zou ook interesse kunnen hebben in:

De prijs van de vrijheid, een reisverhaal over Bogotá.

De straf van God, een reisverhaal over Chiloé

Translate »